Veelgestelde vragen rond mobiliteit

Hieronder vind je een antwoord op een aantal veelgestelde vragen rond verkeersveiligheid en mobiliteit. Klik op de vraag om meteen naar het antwoord te gaan.

  1. Er wordt te snel gereden in mijn straat. Wat doet de gemeentepolitie hieraan?
  2. Hoe zorgen we samen voor een veilige schoolomgeving?
  3. Kan de gemeente snelheidsremmende infrastructuur aanleggen in mijn straat of wijk?
  4. Kan er een halt toegeroepen worden aan sluipverkeer in mijn straat?
  5. Kan er een verbod op zwaar vervoer ingesteld worden in mijn straat?
  6. Kan ik een parkeerplaats voor personen met een beperking verkrijgen in mijn straat?
  7. Waar en wanneer wordt er een verkeersspiegel geplaatst?
  8. Kan er een zebrapad aangelegd worden in mijn straat?

1. Er wordt te snel gereden in mijn straat. Wat doet de gemeentepolitie hieraan?

Snelheid is één van de belangrijkste ongevalsfactoren en tevens één van de belangrijkste oorzaken om de verkeersleefbaarheid drastisch te benadelen.

Klachten en meldingen van te hoge snelheden nemen we steeds ernstig! Nog voordat je in het straatbeeld resultaat ziet, gaan wij al aan de slag. We zullen immers eerst nagaan welke snelheidsgegevens we al hebben in het gebied waarover de klacht gaat. Dit kan zijn op basis van statistische gegevens van eerdere preventieve metingen en snelheidscontroles, of via andere data/kanalen. Indien we te weinig informatie hebben, zullen we bijkomende metingen (meestal preventief) uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de melding. Zo vermijden we het subjectieve onveiligheidsgevoel en kunnen we via metingen objectieve cijfers analyseren en gerichte beslissingen nemen.

Als we vaststellen dat de snelheid werkelijk problematisch is (dit is zo wanneer 15% of meer van de bestuurders zich niet aan de opgelegde snelheid houden), dan bekijken we welke acties het beste resultaat kunnen opleveren. Dit kan gaan van preventieve snelheidscampagnes over (tijdelijk) snelheidscontroles tot het aanbrengen van snelheidsremmers of een gedeeltelijke tot volledige aanpassing van de weginfrastructuur. Het spreekt voor zich dat dit in een stappenplan wordt aangepakt binnen een korte tot lange termijnuitvoering al naargelang de nodige ingrepen die een duurzame en verkeersveilige oplossing bieden.

Voor individuele vragen of klachten kan je ook terecht bij de verkeersdienst van de lokale politie of je wijkagent.

Meer info: www.verkeersstatistieken.federalepolitie.be (met lokale meetresultaten) 

2. Hoe zorgen we samen voor een veilige schoolomgeving?

Kinderen verdienen als kwetsbare weggebruikers extra aandacht op het vlak van verkeersveiligheid. Vanaf 1 september 2005 geldt in alle schoolomgevingen een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone 30 in een schoolomgeving is dus permanent of tijdelijk. Een permanente zone wordt aangeduid door de "gewone" (= vaste) verkeersborden die het begin en het einde van een zone 30 aangeven.

Een tijdelijke zone 30 kan aangegeven worden met dynamische (= variabele) borden. Een dynamisch bord bestaat uit kleine lampen (LED's) die men van op afstand kan besturen. Het bord kan aan- of uitgezet worden afhankelijk van de verkeerssituatie. Dergelijke borden kunnen de snelheid beperken wanneer er leerlingen op weg zijn, voor en na de schooluren. Op andere tijdstippen, in het weekend en tijdens schoolvakanties kan het bord ofwel worden uitgezet zodat de gewone snelheidslimiet van 50 km/u geldt ofwel wordt de gewone snelheidslimiet op het bord aangegeven.

Een veilige schoolomgeving is een gedeelde zorg voor de overheid, schooldirectie, oudercomités, leerlingen, weggebruikers en omwonenden. Als gemeente doen we er alles aan om de schoolomgeving zo veilig mogelijk te maken, wat niet wil zeggen dat er geen plaats is voor verbetering. Ook jij kan je steentje bijdragen als gemachtigd opzichter aan de schoolpoort.

Indien de situatie dit vereist, kunnen bovenop de variabele of vaste borden, bijkomende maatregelen genomen worden die de verkeersveiligheid van schoolgaande kinderen moet verbeteren. Dit gaat onder meer over het versmallen van de rijstrook, het aanbrengen van asverschuivingen, het plaatsen van flitspalen, goede voetpaden, fietspaden, … De wegbeheerder beslist maar het Agentschap voor Wegen en Verkeer (AWV) heeft tevens inspraak via aanbevelingen en mogelijks ook in de uiteindelijke beslissing.

Ook kan de straat worden afgebakend als ‘schoolstraat’. In de schoolstraten is de openbare weg voorbehouden voor voetgangers, rijwielen en speed pedelecs. Uitrijden van de schoolstraat door bewoners is toegelaten tenzij anders bepaald door de wegbeheerder. Bestuurders die dan in de schoolstraat rijden, doen dit stapvoets; ze laten de doorgang vrij voor de voetgangers en fietsers, verlenen hen voorrang en stoppen er zo nodig voor. De bestuurders brengen de voetgangers en fietsers niet in gevaar en hinderen hen niet.

Heb je suggesties of klachten over een schoolomgeving, dan kan je deze steeds melden via de schooldirectie of de gemeente. Overleg zal dan mogelijks gepland worden en in functie van de verwachtingen binnen de verschillende partijen kunnen er dan maatregelen genomen worden op korte, middellange en langere termijn. Omdat elke schoolomgeving uniek en specifiek is, kunnen we niet altijd onmiddellijk een pasklare oplossing bieden. Het is een geheel van vele verkeersveilige maatregelen.

Rechtsbronnen:
Wegcode - art.2 bepalingen Schoolstraat, art. 22undecies Verkeer in schoolstraten, 5 JULI 1999. - Ministerieel rondschrijven betreffende de gemachtigde opzichters.

Meer info:
-wegenenverkeer.be/schoolomgeving
-https://www.vlaamsbrabant.be/verkeer-mobiliteit/voor-scholen/gemachtigde-opzichter/index.jsp

3. Kan de gemeente snelheidsremmende infrastructuur aanleggen in mijn straat of wijk?

Snelheidsremmende maatregelen zijn er in allerhande uitvoeringen van goedkoop tot duur en van kakofonisch tot kunstzinnig geïntegreerd in het straatbeeld.

Een snelheidsremmer is een oplossing om de weg veiliger te maken of om verkeer te weren uit een wijk. Maar er zijn ook nadelen verbonden aan snelheidsremmers.
-Verkeersdrempels doen voertuigen afremmen en optrekken. Hierdoor wordt in de omgevingen van drempels doorgaans meer fijn stof en ook verhoogde uitstootgassen gemeten dan op andere wegsegmenten.
-Wegversmallingen als poorteffect zijn nuttig op plaatsen waar er overgangen zijn tussen verschillende snelheidsregimes. Buiten het feit dat ook hier meer geremd en opgetrokken wordt, hebben ze een “ratrace” effect als ze te dicht op elkaar geplaatst worden. Tenzij er een voorrangregel geldt (bv. uitrijden bebouwde kom heeft voorrang) gaan bestuurders net iets sneller rijden om er toch maar als eerste door te raken.
-Rijbaankussens zijn effectief op relatief lage snelheden maar SUV’s aan matige snelheden, hebben maar weinig last van deze obstakels, die bovendien niet gereglementeerd zijn zoals verhoogde inrichtingen.
-Snelheidsremmers zijn op trajecten van de openbare vervoersmaatschappij of in de buurt van ziekenhuizen niet aangewezen.

Ingrijpende verkeersaanpassingen maken meestal deel uit van een korte, middellange of lange termijnvisie binnen de gestelde gemeentelijke mobiliteitsplannen en de daar aan gepaarde budgetten. Net daarom kan een definitieve uitvoering soms niet onmiddellijk worden uitgevoerd, of hetzij dan wel via een proefopstelling van tijdelijke aard met afweging naar een vast karakter en na een grondige evaluatie of bijsturing. Overleg met inwoners kan hierbij aangewezen zijn.

Bepaalde bestaande ingrepen in het straatbeeld vinden hun oorsprong uit het verleden en kunnen op termijn deel uitmaken van een groter geheel van vernieuwing en sturing naar veiliger verkeer.

Snelheidsremmers zijn vooral nuttig in verblijfsgebieden, dus niet op wegen met een verbindende of verkeersfunctie. Als op verbindingswegen de doorstroming te sterk gestremd wordt, verhoogd het risico op sluipverkeer immers.

Rechtsbronnen:
O.a. - 9 oktober 1998.- Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten voor de aanleg van verhoogde inrichtingen op de openbare weg bestemd om de maximumsnelheid te beperken tot 30 km per uur en van de technische voorschriften waaraan die moeten voldoen. [B.S. 28.10.1998].

Meer info: https://wegcode.be/wetteksten/secties/omzendbrieven/mo-03050230km/1164-omzendbrief

4. Kan er een halt toegeroepen worden aan sluipverkeer in mijn straat?

Sluipverkeer is de benaming voor (ongewenste) verkeersstromen die ontstaan als gevolg van capaciteitsproblemen (zoals ongevallen of files) op snelwegen, verbindingswegen, enz. Sommige van deze verkeerstromen krijgen tijdens de piekuren een vast karakter wat niet de bedoeling kan zijn.

Door de verschillende actieve routeplanners, die druk verkeer trachten te ontwijken, worden bestuurders langs kleinere, niet geschikte, verblijfsgebieden gestuurd. Als gemeente zien we dit niet graag gebeuren want het haalt onze beoogde verkeerstroom, vastgelegd in ons gemeentelijk mobiliteitsplan, grondig door elkaar.

Er zijn verschillende mogelijke oplossingen, de éne al wat drastischer dan de andere. De meest eenvoudige maar ook meest drastische maatregel is de verbindingen via de woonwijken of straten door te knippen. Een belangrijk nadeel is dat ook de bewoners van deze straten hier ook rechtstreeks de gevolgen van ondervinden. Het knippen van de doorsteken kan ook selectief gebeuren zodat voetgangers en (brom)fietsers nog wel gebruik kunnen maken van deze wegen.

Een andere oplossing kan bestaan uit het invoeren van een (mini)circulatieplan. In een woonwijk kan er geopteerd worden om de rechtstreekse doorsteek te verhinderen door het invoeren van éénrichtingslussen. De bestuurders die de doorsteek (willen) gebruiken halen er geen voordeel uit en de bewoners zelf ondervinden maar een beperkte impact.

De meest eenvoudige oplossing is het plaatsen van borden met een toegangsverbod met onderbord ‘uitgezonderd plaatselijk verkeer’. Alleen moeten we toegeven dat deze borden op zich niet door alle bestuurders even nauwgezet opgevolgd worden. In samenhang met een handhavingsbeleid, bv. met cameratoezicht of politiecontrole wordt de kans op slagen vergroot. Politiecontrole kan sporadisch en tijdelijk uitgevoerd worden, maar het is een spijtige realiteit dat onze politiediensten niet overal terzelfdertijd kunnen zijn en ook moeten instaan voor vele andere veiligheidsproblemen die zich voordoen binnen onze maatschappij.

Meer info vind je HIER

5. Kan er een verbod op zwaar vervoer ingesteld worden in mijn straat?

Het vrachtverkeer blijft zowel lokaal als in geheel Europa toenemen. Op dit moment is het voor bedrijven eenvoudig, snel en voordelig om het vrachtverkeer over de weg te organiseren. Om files te vermijden zoeken een groot aantal vrachtwagenbestuurders alternatieve wegen op. Ze worden daarbij geholpen door routeplanners (zoals GPS), die hen dan door het onderliggend wegennet loodsen. Zo leren ze sluipwegen kennen die ze ook buiten de files blijven gebruiken of steeds vaker ook om het rekeningrijden te ontwijken.

Het onderliggend wegennet is hier meestal niet op voorzien en het toenemend vrachtverkeer geeft een onaangenaam gevoel, zelfs een onveiligheidsgevoel, voor de andere weggebruikers. Ook zijn er bijkomende risico’s verbonden aan het toenemend vrachtverkeer, denken we bijvoorbeeld maar aan de dodehoekongevallen. Niet al onze wegen zijn ontworpen om dergelijke voertuigen te ontvangen.

Op wegen met voornamelijk een verblijfsfunctie, zoals woonwijken, is het instellen van een tonnagebeperking of toegangsverbod voor vrachtwagens makkelijker te realiseren. Op wegen met een verbindende verkeersfunctie tussen dorpen of bedrijventerreinen is dat minder evident. Zeker wanneer er meerdere uitzonderingen op een regel aangekondigd moeten worden, zoals uitgezonderd plaatselijk verkeer, uitgezonderd (lijn)bussen, uitgezonderd diensten, … Dergelijk verbod kan op zich snel aan kracht afnemen, en bijgevolg niet meer worden opgevolgd.
 
Als er een toegangsverbod of tonnagebeperking ingesteld wordt, is dat ook van toepassing op de bewoners. Een vrachtwagenbestuurder die van de werkgever met zijn vrachtwagen naar huis mag rijden zal er dan niet zomaar tot aan zijn woning mee kunnen verder rijden. Ook leveringen zoals nieuwe meubelen, stookolie, bouwmaterialen e.a. worden hierdoor bemoeilijkt en kunnen in sommige gevallen een meerkost met zich meebrengen voor de bewoners waar het tonnageverbod geldt.

Een tonnagebeperking zal altijd voorafgaan door objectieve metingen langs de weg waarvan de resultaten geanalyseerd worden in functie van het gemeentelijk mobiliteitsplan, soms zelfs grensoverschrijdend over andere aanpalende gemeenten heen. Een dergelijke ingreep moet immers doordacht, duurzaam en verkeersveilig worden aangepakt.

Rechtsbronnen:
Wegcode - art. 9.4. Verkeersborden C21 tot C29

6. Kan ik een parkeerplaats voor personen met een beperking verkrijgen in mijn straat?

Als gemeente stellen we alles in het werk om personen met een beperking zoveel mogelijk te betrekken in ons maatschappelijk leven. Daarom is het noodzakelijk om voorzieningen voor personen met een handicap in te richten om toegankelijkheid naar openbare gebouwen en gebieden met belangrijke functies te garanderen.

In eerste instantie zijn parkeerplaatsen voor personen met een beperking geen private parkeerplaats voor één of enkele gebruikers. Meestal worden deze parkeerplaatsen ingericht op de openbare domeinen waar bezoekers zich parkeren. Zo laten we mensen met een beperking toe om in de nabijheid van winkels of diensten te laten parkeren.

In de onmiddellijke omgeving van hun private woning kunnen personen met een beperking vragen naar voorbehouden parkeerplaatsen als ze voldoen aan de voorwaarden. Indien de aanvrager beschikt over een eigen garage, of mogelijkheid tot parkeren op privaat domein, dan spreekt het voor zich dat eerst deze mogelijkheden gebruikt moeten worden alvorens we op openbaar domein een parkeerplaats gaan inrichten. Wanneer er een parkeerplaats ingericht wordt is deze voor iedereen met een dergelijke parkeerkaart bruikbaar, het kan dus nooit een persoonlijke plaats voor de aanvrager alleen zijn!

Meer info:
-http://www.toegankelijkeomgeving.be/sites/default/files/2010-10-21_vademecum_2_1.pdf
-https://toegankelijkgebouw.be/Handboek/Parkeren/Voorbehoudenplaats/tabid/240/Default.aspx 

7. Waar en wanneer wordt er een verkeersspiegel geplaatst?

Een verkeersspiegel kan geplaatst worden om het zicht vanuit een zijstraat op het verkeer rijdend op een dwarsstraat te verbeteren. Dat is meestal het geval wanneer er geen enkele andere mogelijkheid is om het zicht te verbeteren (vb. je moet het kruispunt al oprijden alvorens je de andere weggebruikers kunt opmerken). Toch is een spiegel niet heiligmakend, want het beeld is vervormd en niet in alle weersomstandigheden even behulpzaam.

De spiegel moet regelmatig gereinigd worden en van goede kwaliteit zijn, zowel wat het beeld betreft (beperkte vervorming) als het spiegelen zelf. De spiegel moet voldoen aan de voorschriften van het Standaard Bestek 250 zoals bolheid, voldoende oppervlakte, condenswerend, vuilafstotend, …

Wanneer je een zichtbaarheidsprobleem meldt, zal er eerst nagegaan worden of het gaat om openbare wegen. Is dat echter het geval, dan kan de gemeente instaan voor de plaatsing van de spiegel. Voordat een spiegel geplaatst wordt zal ook nagegaan worden of het zicht niet belemmerd is door andere, weg te werken, obstakels. Is de zichtbaarheid bv. belemmerd door bomen of te hoge struiken, dan zal eerst aan de eigenaar ervan gevraagd worden om deze te snoeien zodat er terug voldoende overzicht is.

Is de zichtbaarheid belemmerd komende vanaf een private eigendom, al dan niet voor publiek toegankelijk (bv. parking warenhuis) dan moet nagegaan worden of een spiegel op het private eigendom kan volstaan om het probleem op te lossen. Is dat niet het geval en dient de spiegel op het openbaar domein geplaatst te worden dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel zal je toelating krijgen om zelf een spiegel te plaatsen ofwel zal er jou voorgesteld worden om een spiegel te plaatsen, waarvan de kosten mogelijks door de aanvrager zelf gedragen dienen te worden. De gemeente kan immers geen private belangen ten laste van de gemeenschap dienen.

De wegbeheerder beslist uiteindelijk maar het Agentschap voor Wegen en Verkeer (AWV) heeft tevens inspraak via aanbevelingen en ook mogelijks in de uiteindelijke beslissing.

Rechtsbronnen:
Standaardbestek 250 - Hoofdstuk 10, Signalisatie, art. 1.14 Verkeersspiegels

8. Kan er een zebrapad aangelegd worden in mijn straat?

Op en in de omgeving van oversteekplaatsen voor voetgangers zijn er een aantal specifieke verkeersregels van toepassing, zowel voor de voetgangers als voor de andere weggebruikers.

Voetgangers zijn verplicht om de oversteekplaatsen te gebruiken indien ze op minder dan 20 meter beschikbaar zijn. De andere weggebruikers moeten de voetgangers hier laten voorgaan en mogen niet parkeren op minder dan 5 meter voor de oversteekplaats. Wanneer een voertuig gestopt is om een voetganger te laten oversteken mag een achteropkomend voertuig niet meer inhalen. Bij gebruik van de oversteekplaats moeten fietsers afstappen en hun fiets al stappend voortduwen.

Een zebrapad wordt best aangelegd op die plaatsen waar voldoende overstekende voetgangers er gebruik van zullen maken. Dit om te voorkomen dat weggebruikers ze als overbodig, en bijgevolg onnuttig gaan beschouwen. In voorkomend geval gaat de opvolging van de eraan verbonden regels ook meteen verwateren. Rekening houdend met wat voorafgaat, moeten oversteekplaatsen die een probleem kunnen vormen, desnoods verwijderd worden indien het niet mogelijk is de geschikte veiligheidsvoorzieningen te vinden. Ze geven de voetgangers immers een vals gevoel van veiligheid en ze kunnen een valstrik zijn voor de bestuurders die dergelijke, onbeschermde infrastructuur, niet verwachten op die plaatsen.

In gebieden met heel veel voetgangers, die her en der oversteken, en een snelheidsregime van 30 km/uur of lager, is het niet altijd aangewezen om oversteekplaatsen aan te brengen. Hiervoor zijn er twee goede redenen. Ten eerste zou het voetgangers verhinderen om over te steken waar ze willen, bv. in een winkelstraat om overstekend van etalage naar etalage te gaan, omdat ze verplicht worden de aangelegde oversteekplaatsen te gebruiken. Ten tweede zou het de autobestuurders de kans geven om sneller te gaan rijden tussenin de oversteekplaatsen, want ze moeten niet meer permanent attent zijn op mogelijk overstekende voetgangers, net omdat deze voetgangers door de oversteekplaatsen maar op enkele plaatsen gekanaliseerd worden.

Alle aanvragen zullen dan ook grondig bekeken worden, maar voordat we een oversteekplaats voor voetgangers gaan aanleggen moeten we rekening houden met de hierboven vermelde elementen. De wegbeheerder beslist maar het Agentschap voor Wegen en Verkeer (AWV) heeft tevens inspraak via aanbevelingen en mogelijks ook in de uiteindelijke beslissing.

Rechtsbronnen:
o.a. De Wegcode - art. 17 inhaalverbod, 24 stilstaan en parkeren, art. 42.4.1 verplicht gebruik zebrapad, art. 40 gedrag bestuurders t.o.v. voetgangers, art. 42 voetgangers …

Meer info:
-https://www.mobielvlaanderen.be/pdf/vademecum02/hoofdstuk05.pdf
-http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1998102737&table_name=wet