vergroten originele tekstgrootte pagina afdrukken
woensdag 24-01-2018
Zoek nieuws UiT-kalender vacatures loket fotoalbums site info Veel gestelde vragen admin e-tickets
decoratieToerisme : natuurgebieden

natuurreservaat "Torfbroek"

Technische Steekkaart

Torfbroek
Ligging:
1 km ten zuiden van deelgemeente Berg
Oppervlakte:
40 ha
Beheer:
Natuurpunt
Oprichting:
1977
Biotoop:
Oude turfkuilen en vlasrootputten met struikgewas en een boeiende moerasflora
Toegankelijkheid:
deels vrij toegankelijk doch geleide bezoeken zijn de moeite waard
Info geleide wandelingen:
02/361 15 97
of torfbroek@scarlet.be
Torfbroek - rietveld (© Meeuws)

Geschiedenis

Sinds Hendrik III hadden de inwoners van Berg het vruchtgebruik gekregen van het Torfbroek, vrijgoed van de Hertogen van Brabant. Een speciale officier, de torfmeester, waakte erover dat het plebs het hierbij niet te bont maakte. Hoogtepunt was de verdeling van de vis, op 29 juni. Na een korte rede van de torfmeyer werden onder luid kabaal de dammen van de vijvers geopend, de netten gespannen en de manden volgepropt met vis. Nog tot 1880 werden de putten gebruikt als vlasroot, maar na het verval van de ambachtelijke vlasteelt in de streek vielen verschillende kuilen ten prooi aan een snel verlandingsproces.
En het Torfbroek werd een rijk van bijzondere planten, waar de Brusselse botanisten hun hart konden ophalen. Zij hadden minder scrupules dan de plantkundigen van nu: ze liepen gebukt onder schoppen, zakken en potten om de merkwaardige flora mee huiswaarts te zeulen. Maar het behoud van het Torfbroek is toch aan hen te danken: waren zij in 1896 niet gaan steigeren, dan had de gemeente Schaarbeek een deel ervan opgekocht om er een stort van te maken. Nu novi sub sole!

Torfbroek vijver (© Meeuws)Zo'n dertig jaar later bleef het protest vergeefs: het broek werd verkocht aan de maatschappij Ter Bronnen. Wegen werden getrokken, nieuwe vijvers gegraven, de gronden verkaveld tot een villapark. Dat zou men ook doen in het huidige reservaat, maar verder dan twee lanen en de vijver kwam men niet: de verkavelingsaanvraag werd afgewezen. Met de aankoop door de overheid en de overdracht van het beheer aan de BNVR kreeg het sterk gereduceerde Torfbroek eindelijk de bescherming die het verdiende.
Het was hoog tijd! Vóór de nefaste ingrepen kende het gebied een van plaats tot plaats sterk wisselende waterstand, waardoor alle verschillende plantengemeenschappen een heel complexe mozaiek vormden. De aanleg van de vijver bracht daar verandering in: een groot stuk van het moeras werd weggegraven, elders werd de waterstand te hoog. Door de oprichting van het reservaat wou men de evolutie weer ombuigen.

Flora

afbeelding orchis In de talrijke greppels en enkele putten die nog niet (helemaal) verland zijn, treffen we het gekleurd fonteinkruid (Potamogeton coloratus) aan, zowat de enige vindplaats in het Belgische binnenland. Overal waar een wateroppervlak ontstaat, komen spontaan kranswiersoorten (Charales) groeien.
Op de plaatsen waar de bodem steviger is, ontwikkelt zich een schraalhooiland. De hooiproductie is niet groot, maar het soortenaantal is ontstellend hoog. Het hooiland toont de typische structuur van oude hooilanden in natte gebieden: licht gewelfde ruggen liggen naast elkaar, gescheiden door greppeltjes. In de Knopbiesweide levert dit spectaculaire resultaten Op: de greppeltjes zelf zijn dieper gegraven en daardoor kalkrijk, terwijl de ruggen meer van het kalkhoudende water geïsoleerd liggen, en dus licht zuur zijn. In de natste gedeelten staat zwarte knopbies (Schoenus nigricans), padderus (Juncus subnodulosus), teer guichelheil (Anagallis tenella), grote muggenorchis (Gymnadenia conopsea) en moeraswespenorchis (Epipactis palustris); op drogere stukken blauwe knoop (Succissa pratensis), karwijselie (Selinum carvifolia), tot zelfs grote veenmoskussens (Spbagnum, spp.) met ronde zonnedauw (Drosera rotundifolia).

De kalkminnende soorten zijn niet de eerste de beste. Stuk voor stuk zijn het planten waarvan de verspreidingskaart voor België op een paar stippen na blank is gebleven. Op die schaarse plaatsen zelf kunnen ze wel weelderig voorkomen, zoals teer guichelheil. Ook is de zeldzaamheid zeker geen maat voor verblindende schoonheid: padderus en zwarte knopbies zijn in de ogen van de leek op het eerste gezicht nauwelijks te onderscheiden van de pollenvormende groene pieken die men in elke vochtige weide kan aantreffen. Voor beide orchideeën zit het echter niet mee: hun heldere bloeiwijze valt te veel op en koppelt men dit aan hun zeldzaamheid, dan komt men uit bij "plantenliefhebbers" die denken dat de botanie in België is gestagneerd op haar peil van 1890! Er zijn ook plekken waar de herneming van het beheer (nog) niet mogelijk is of minder resultaat afwerpt. Daar blijft de vegetatie ruiger, maar de zeldzaamheden vinden ook dan nog een plekje, langs de paadjes. In het gezelschap van trilgras (Briza media), met ijle trossen hangende, platte aartjes die losjes bungelen in de wind, geelhartje (Linum catharticum) en de steeds zeldzamer wordende parnassia (Parnassia palustris).

Bij bosjes komen kleine vinkachtigen afgevlogen op het zaad van de ruigtekruiden, met als grote trekpleister de moesdistel (Cirsium oleraceum).

Fauna

Ook voor vogels geldt, helaas, de vaststelling die reeds bij de planten gedaan werd: er is veel verdwenen. Een nare speling van het lot zorgde ervoor dat het woudaapje (Ixobrychus minutus) precies verdween in het jaar waarin het reservaat werd opgericht: de hete zomer van 1976 was hem teveel geworden. Een andere minder algemene reiger, de roerdomp (Botaurus stellaris), komt overwinteren in het Torfbroek, en ook de blauwe kuikendief (Circus cyaneus) is aardig gesteld op de winterse rust van het uitgebreide rietoppervlak.

Vroeger broedde de bruine kuikendief (Circus aeruginosus) in de rietkraag. De kleine rietvogels zijn er gebleven, onder hen de zeldzame maar eentonige sprinkhaanrietzanger (Locustella naevia). Die kan, bij wijze van zang, tot twee minuten lang een ononderbroken mechanisch gesnor produceren. De snor zelf (Locustella luscinoides) zingt een toontje lager en houdt het minder lang vol dan zijn neef.
Het riethalmenarsenaal werkt als een magneet op een aantal "groepsslapers", ondermeer voor de rietgors (Emberiza scboeniclus).
In de rietkraag rond de plas hebben de ranke halmen het absolute monopolie. Naar het midden toe wordt de zoom ijler en daar glinstert de in de jaren '30 gegraven vijver, met witte waterlelies (Nymphaea alba) en helder water. Zuiver water is vereiste nummer één voor de zeldzame waterspitsmuis (Neomysfodiens), een grote donkere spitsmuis, die volledig aangepast is aan leven in en om het water. Bij de jacht zwemt zij onder water, maar ze kan ook over de bodem lopen alsof er geen water te bespeuren viel!

Biotoop

Aan het andere uiteinde van het ecologische spectrum vinden we in dit reservaat het elzenbroek, toppunt van de verlandingssuccessie. Er zijn niet zoveel plaatsen meer waar nog dergelijke spontane bosopslag door de mens verlaten gronden bedekt.

Een nog écht venig stukje wordt ,Den Driehoek" genoemd, maar alleen door ingewijden, want sinds het werd ontdekt en beheerd, heeft het die geometrische vorm al moeten prijsgeven. Pas op een luchtfoto zag men het venig plekje voor het eerst liggen! Hier vinden we waterdrieblad (Menyanthes trifoliata), met rozewitte bloemtrossen die boven het wateroppervlak uit priemen. Zowat dezelfde tint kleurt de bloemen van kleine valeriaan (Valeriana dioica).
afbeelding zonnedauw De hoogveenbultjes zijn wel zuur, maar in het water zit kalk. De kuilen die ontstonden bij het verwijderen van reeds opgeschoten bomen, vulden zich met dit water, en, zoals reeds vermeld, automatisch ook met kranswieren. Die laten bij het opdrogen trouwens een kalkskelet achter. Hier en daar kan men de kalk ook gewoon open en bloot zien liggen in het water, wanneer men langs een knuppelbrugje een grotere greppel oversteekt. Zo'n kalkrijkdom is niet alledaags. dat merkt men aan de zeldzame levensgemeenschappen die dit reservaat zo rijk maken.
Zeldzame planten en dieren wijzen erop dat we te maken hebben met even zeldzame ecologische omstandigheden. In dit geval is dat in hoofdzaak de schat aan kalk, maar evengoed de aanzienlijke hoeveelheid ijzer in de grond. Dat doet fosfaten neerslaan en daardoor is het water in het Torfbroek arm aan fosfor; en nu is dat precies een stof die voor planten erg belangrijk is.
Waar de omstandigheden niet zo speciaal zijn als in het Torfbroek, vieren allerlei "gewone" berm- en weideplanten hoogtij, waarbij zij talrijke meer "gespecialiseerde" soorten het licht in de ogen letterlijk misgunnen. In gebieden als dit worden die in ere hersteld en krijgen ze de plaats die hun toekomt.

Meer informatie over de natuurgebieden vind je op www.natuurpunt.be/oost-brabant

pagina afdrukkenpagina afdrukken
 
home [ALT-S: Sitemap]   -  PROCLAIMER
[ALT-V: Vorige pagina] [ALT-T: Top pagina]
 
  © 1999-2018 : gemeente Kampenhout (1910)  
Gemeentehuisstraat 16 - info@kampenhout.be
webmaster@kampenhout.be
webdesign: highgate57
Bestand:
pagina laatst bijgewerkt op: 31-01-2016