vergroten originele tekstgrootte pagina afdrukken
donderdag 17-05-2012
Zoek nieuws UiT-kalender vacatures loket fotoalbums zoekertjes site info Veel gestelde vragen admin
Belastingen & opcentiemen, retributies, tarieven, toelagen,...

Belasting - Belasting op tweede verblijven

Artikel 1

Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

Artikel 2

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfsgelegenheid waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister voor het hoofdverblijf.
Het kan hierbij gaan om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, daarbij inbegrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.
De inschrijving in de kadastrale legger is van geen belang voor de vaststelling van de belastbare materie.

Artikel 3

De belasting valt ten laste van diegene die op het adres van het tweede verblijf niet in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister is ingeschreven voor het hoofdverblijf en, hetzij als eigenaar, hetzij als huurder of als gebruiker, een tweede verblijf betrekt of kan betrekken.
De belasting is verschuldigd door diegene die het verblijf betrekt of kan betrekken op 1 januari van het belastingjaar.

Artikel 4

De belasting wordt vastgesteld op 250 EUR per tweede verblijf.

Artikel 5

Vallen niet onder de toepassing van de belasting :

  • het lokaal uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit
  • de tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens

Artikel 6

De belastingplichtige moet jaarlijks aangifte doen van het belastbaar tweede verblijf, door middel van het formulier vastgesteld door het gemeentebestuur vóór de erin vermelde vervaldatum.
In geval van eigendomsverwerving in de loop van het jaar, dient de aangifte binnen de maand te geschieden.

Artikel 7

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve ingekohierd volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Artikel 8

De overeenkomstig artikel 7 ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

Artikel 9

De belasting en eventuele verhoging wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.

Artikel 10

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na toezending van het aanslagbiljet.

Artikel 11

De belastingplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend.
Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving (geval van kohierbelasting) of binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de inning van de belastingen (geval van contantbelasting).
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen acht dagen na de indiening ervan.

Artikel 12

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 24.12.1996, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 7 tot 10 (rechtsmiddelen; invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriuminteresten; rechten en voorechten van de schatkist; strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 13

Dit reglement treedt in werking vanaf heden

Artikel 11

Deze beslissing wordt voor goedkeuring aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.


(gemeenteraad 2 januari 2007)

pagina afdrukkenpagina afdrukken
 
home [ALT-S: Sitemap]   -  PROCLAIMER
[ALT-V: Vorige pagina] [ALT-T: Top pagina]
 
  © 1999-2012 : gemeente Kampenhout (1910)  
Gemeentehuisstraat 16 - info@kampenhout.be
webmaster@kampenhout.be
webdesign: highgate57
Bestand:
pagina laatst bijgewerkt op: 26-04-2012