vergroten originele tekstgrootte pagina afdrukken
donderdag 17-05-2012
Zoek nieuws UiT-kalender vacatures loket fotoalbums zoekertjes site info Veel gestelde vragen admin
Belastingen & opcentiemen, retributies, tarieven, toelagen,...

Belasting - Bouwen en verbouwen

Artikel 1

Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op het bouwen en verbouwen van constructies waarvoor in toepassing van de wetten op de stedenbouw een voorafgaandelijke bouwvergunning is vereist.

Artikel 2

De belasting is verschuldigd door de houder van de stedenbouwkundige vergunning.

Artikel 3

De belasting wordt berekend naar rato van het totaal volume van het gebouw gemeten aan de buitenkanten, met inbegrip van bruikbare ondergrondse vertrekken en zolderingen, doch met uitsluiting van eigenlijke grondvesten.
De gemene muren worden slechts voor de helft van hun dikte in aanmerking genomen.

Artikel 4

Al de aanhorigheden, aan de constructie gehecht of niet, zijn aan de gehele taks onderworpen. Uitzondering wordt gemaakt voor constructies of gedeelten van constructies die minstens aan één zijde open zijn. In dit geval is een halve taks verschuldigd.
De schuilplaatsen of loodsen die aan alle zijden open zijn, zijn van de belasting vrijgesteld.

Artikel 5

Gehele verbouwingen zijn aan dezelfde taks onderworpen als de nieuwe constructies.
Bij gedeeltelijke heropbouw wordt dezelfde taks berekend alleen voor het vernieuwde deel.

Artikel 6

De constructies opgericht op een grond gedeeltelijk op het grondgebied van een aanpalende gemeente gelegen, zullen belast worden in evenredigheid van de omvang der delen op het grondgebied van de gemeente gelegen.

Artikel 7

Zijn van de belasting vrijgesteld :

  • het heropbouwen van door oorlogsgeweld of door brand vernielde gebouwen en wel ten aanzien van het gedeelte dat niet als een vergroting der vernielde gebouwen kan aanzien worden en dit ongeacht de plaats waar in deze gemeente terug gebouwd wordt./li>
  • de woningen gebouwd door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende sociale huisvestingsmaatschappijen.
  • het bouwen van gebouwen die voldoen aan de voorwaarden door de gewestelijke overheid gesteld voor het toekennen van tegemoetkomingen en premies voor het bouwen, door het privaat initiatief, van een woning.
  • De landbouwaanhorigheden (schuren, serres, hangars, wagenhuizen, paarden- en koetsstallen, enz...) welke uitsluitend voor landbouw dienen.
  • Bouwwerken die noodzakelijk zijn om te voldoen aan een raadgeving, aanmaning of bevel bedoeld in artikel 30 § 1 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of/en om te voldoen aan een wijziging van de vergunningsvoorwaarden bedoeld in artikel 21 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunnging.

Artikel 8

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 0,25 EUR per kubieke meter voor gebouwen of gedeelten van gebouwen bestemd als woning.
Voor constructies of gedeelten van constructies met een bestemming als bedrijfsruimten wordt de belasting vastgesteld op 1,25 EUR per kubieke meter.
Er wordt een minimumaanslag van 25 EUR geheven voor gebouwen of gedeelten van gebouwen bestemd als woning. Deze minimumaanslag geldt tevens voor constructies of gedeelten van constructies bestemd als bedrijfsruimte.

Artikel 9

Een vermindering van de belasting, geheven voor een gebouw of een gedeelte van een gebouw bestemd als woonhuis, wordt verleend aan de aanvragers met minstens drie kinderen ten laste, overeenkomstig de hierna vermelde bedragen :

  1. vrijstelling van belasting voor 200 kubieke meter aan de aanvragers met drie kinderen ten laste
  2. vrijstelling van belasting voor 300 kubieke meter aan de aanvragers met vier kinderen ten laste
  3. vrijstelling van belasting voor 400 kubieke meter aan de aanvragers met vijf kinderen ten laste

Deze vrijstelling van belasting wordt telkens verhoogd met 100 kubieke meter per kind meer ten laste.
De vrijstelling uit hoofde van éénzelfde aantal kinderen kan slechts éénmaal worden verleend.

Artikel 10

Worden beschouwd als kinderen ten laste van de aanvrager, tot vaststelling van de in het voorgaand artikel bedoelde vrijstelling, de kinderen waarvoor de aanvrager de wettelijke gezinsvergoedingen geniet op de datum der ontvangst bij het gemeentebestuur van de aanvraag om vergunning tot bouwen of verbouwen.

Artikel 11

Geen enkele vrijstelling wordt verleend aan de aanvragers die reeds het volledig genot in eigendom of vruchtgebruik bezitten van een andere woning dan deze waarop de aanvraag tot vrijstelling betrekking heeft.

Artikel 12

Vooraleer met de werken aan te vangen zal een bedrag, gelijk aan dit van de vermoedelijke belasting bij de secretaris of aangestelde kasverantwoordelijke in bewaring worden gegeven. Op het ogenblik dat de constructie onder dak is en alle elementen voorhanden zijn om het definitief bedrag van de belasting vast te stellen zal een eventuele verrekening plaatshebben. Bij gebreke van contante betaling, wordt de belasting van ambtswege ingekohierd en is ze onmiddellijk eisbaar.
De overschrijving of kwitantie geldt als bewijs van betaling.

Artikel 13

In geval van overgang van eigendom van het onroerend goed waarop de vereffening der belasting betrekking heeft, zal de nieuwe eigenaar aanzien worden als zijnde deze belasting rechtstreeks verschuldigd en is hij persoonlijk verplicht deze te voldoen, op dezelfde manier als de oorspronkelijke eigenaar ongeacht zijn aanspraak op deze laatste.

Artikel 14

De belastingplichtige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk worden ingediend.
Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving (geval van kohierbelasting) of binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van de inning van de belastingen (geval van contantbelasting).
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen acht dagen na de indiening ervan.

Artikel 15

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de wet van 24.12.1996, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 7 tot 10 (rechtsmiddelen; invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriuminteresten; rechten en voorechten van de schatkist; strafbepalingen) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek ( betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 16

Dit reglement treedt in werking vanaf heden.

Artikel 17

Deze beslissing wordt voor goedkeuring aan de toezichthoudende overheid overgemaakt.


(gemeenteraad 2 januari 2007)

pagina afdrukkenpagina afdrukken
 
home [ALT-S: Sitemap]   -  PROCLAIMER
[ALT-V: Vorige pagina] [ALT-T: Top pagina]
 
  © 1999-2012 : gemeente Kampenhout (1910)  
Gemeentehuisstraat 16 - info@kampenhout.be
webmaster@kampenhout.be
webdesign: highgate57
Bestand:
pagina laatst bijgewerkt op: 26-04-2012