vergroten originele tekstgrootte pagina afdrukken
donderdag 26-04-2018
Zoek nieuws UiT-kalender vacatures loket fotoalbums site info Veel gestelde vragen admin e-tickets
Belastingen & opcentiemen, retributies, tarieven, toelagen,...

Belasting - Algemene gemeentebelasting

De gemeenteraad,
Bijeengeroepen en vergaderd in voldoende aantal, volgens de voorschriften van de wet en in openbare zitting bijeen.
Gelet op de grondwet, meer bepaald artikel 170 § 4
Gelet op het gemeentedecreet van 15 juli 2005, meer bepaald artikel 42 § 3
Gelet op het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen-procedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd bij de decreten van 28 mei 2010 en van 17 februari 2012
Gelet op artikel 6 § 3 van de wet van 16 januari 2003 betreffende de oprichting van de Kruispuntbank van ondernemingen dat bepaalt dat een onderneming bij elke wijziging betreffende de onderneming en/of vestiging binnen één maand om een wijziging in de Kruispuntbank van Ondernemingen dient te verzoeken (van toepassing tot 9 mei 2014)
Gelet op artikel III 51-52 van het Wetboek van Economisch Recht dat bepaalt dat ondernemingen binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen dienen te verzoeken (van toepassing vanaf 9 mei 2014 - ingevoegd door de wet van 17 juli 2013 houdende de invoeging van boek III " Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen ", in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht)
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 17 december 2013 betreffende de algemene gemeentebelasting
Gelet op het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 november 2016 betreffende de verlaging van de aanslagvoet voor alleenstaanden en gezinnen
Overwegende dat de algemene gemeentebelasting kan aanzien worden als een bijdrage in de openbare uitgaven
Overwegende dat het invoeren van alle rendabele belastingen nodig is om een gemeentelijke dienstverlening te kunnen aanbieden
Overwegende dat het redelijk is dat alle entiteiten inclusief de vennootschappen bijdragen tot de financiële behoeften van de gemeente aangezien zij ook beroep kunnen doen op de gemeentelijke dienstverlening
Overwegende dat afhankelijk van het soort inrichting niet alle vennootschappen in dezelfde mate een beroep doen op de gemeentelijke diensten; Overwegende dat de grote ondernemingen door hun activiteiten en hun omvang meer belastend zijn voor de gemeentediensten en de gemeentelijke infrastructuur
Gelet op de financiële toestand van de gemeente
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen
Na bespreking
BESLIST: met 13 stemmen akkoord en 6 stemmen niet akkoord (G. De Vroe, G. Smetsers, H. Vanhove, J. Vandermosten, H. Kunert en A. de Buck van Overstraeten - Open Vld)

Artikel 1

Er wordt een jaarlijkse algemene gemeentebelasting gevestigd ten laste van de entiteiten die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente wonen, verblijven of gevestigd zijn.
Onder entiteit wordt verstaan:

  1. Een alleenstaande, dit is een natuurlijk persoon die voor een woning of een woongelegenheid op het grondgebied van de gemeente alleen is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister of er alleen verblijft
  2. Een gezin, dit is een vereniging van twee of meer natuurlijke personen die, al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning wonen of er verblijven /li>
  3. Vennootschap, vrij beroep en zelfstandige

Onder wonen in de gemeente wordt verstaan: op 1 januari van het aanslagjaar gedomicilieerd zijn in de gemeente, door inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister.

Onder verblijven in de gemeente wordt verstaan: op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de gemeente kunnen beschikken over een woongelegenheid zonder voor deze woongelegenheid ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters.

Onder woongelegenheid wordt verstaan: elke private woongelegenheid die door de eigenaar of de huurder ervan niet tot hoofdverblijf dient maar op elk ogenblik door hen voor bewoning kan worden gebruikt. Zodanig gelden de al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met de chalets gelijkgestelde caravans.

Artikel 2

De belasting wordt per entiteit als volgt vastgesteld:

  • 60 euro voor een alleenstaande
  • 85 euro voor een gezin
  • 175 euro voor een vennootschap (niet onderworpen aan VLAREM), vrij beroep en zelfstandige
  • 250 euro voor een vennootschap met een VLAREM klasse 3 inrichting
  • 500 euro voor een vennootschap met een VLAREM klasse 2 inrichting
  • 1000 euro voor een vennootschap met een VLAREM klasse 1 inrichting

Indien meerdere entiteiten op één en hetzelfde adres geregistreerd zijn, wordt op elke entiteit de algemene gemeentebelasting geheven.

Artikel 3

De toestand op 1 januari van het aanslagjaar is bepalend voor de vestiging van de belasting. De algemene gemeentebelasting is voor zijn geheel (ondeelbaar) verschuldigd.
Indien een natuurlijk persoon zich uitschrijft uit het bevolkings- of vreemdelingenregister in de loop van het aanslagjaar geeft dit geen aanleiding tot een belastingvermindering.
Indien een vennootschap, een vrij beroep of zelfstandige zijn activiteiten stopzet in de loop van het aanslagjaar geeft dit geen aanleiding tot een belastingvermindering.

Artikel 4

  1. De belasting is verschuldigd door de alleenstaande, of door de referentiepersoon van het gezin, dit is het gezinslid dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het gezin betreffen.
    De andere leden van het gezin zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
  2. Indien een vennootschap, vrij beroep of zelfstandige meer dan één vestiging heeft, is de belasting verschuldigd per vestiging die op 1 januari van het aanslagjaar een inschrijving heeft in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
    Een vestiging is elk (gedeelte van een) onroerend goed of meerdere onroerende goederen die samen een geheel, een entiteit of een complex vormen op het grondgebied van de gemeente.
    Een maatschappelijke zetel wordt beschouwd als vestiging.
  3. Indien een vennootschap, vrij beroep of zelfstandige een vestiging op het grondgebied van de gemeente heeft maar deze vestiging is niet geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen zal de vennootschap, vrije beroep of zelfstandige alsnog worden belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

Artikel 5

Aan een zelfstandige die zijn activiteiten uitoefent in bijberoep kan jaarlijks een vrijstelling van 75 euro worden toegekend indien hij dit kan staven met de nodige documenten.
Deze vrijstelling moet ieder aanslagjaar opnieuw worden aangevraagd.
Indien de gemeente over voldoende informatie beschikt om de vrijstelling onmiddellijk toe te kennen, zal deze onmiddellijk in mindering gebracht worden.

Artikel 6

  1. De belasting is niet van toepassing op de publiekrechtelijke personen (vb. ziekenfondsen, scholen) en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid, met uitzondering van deze die een winstoogmerk nastreven. Deze vrijstelling is niet van toepassing op de gedeelten van die gebouwen welke door de beambten (werknemers) van die organismen privaat en voor hun persoonlijke gebruik worden bewoond
  2. De belasting is niet van toepassing op de staat, de provincie, de gemeente en de openbare instellingen. Deze vrijstelling is niet van toepassing op de gedeelten van die gebouwen welke door de beambten (werknemers) van die organismen privaat en voor hun persoonlijke gebruik worden bewoond.

Artikel 7

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze kohierbelasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding afgegeven binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

Artikel 10

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 11

Het besluit van de gemeenteraad van 17 december 2013 betreffende de algemene gemeentebelasting wordt opgeheven vanaf 1 januari 2017.
Dit besluit treedt in werking van 1 januari 2017 en is geldig tot en met 31 december 2019.

Artikel 12

Dit besluit wordt voor goedkeuring overgemaakt aan de toezichthoudende overheid.


(gemeenteraad 15 december 2016)

pagina afdrukkenpagina afdrukken
 
home [ALT-S: Sitemap]   -  PROCLAIMER
[ALT-V: Vorige pagina] [ALT-T: Top pagina]
 
  © 1999-2018 : gemeente Kampenhout (1910)  
Gemeentehuisstraat 16 - info@kampenhout.be
BTW: BE 0207.533.280
ondernemingsnr: 0207533280
webmaster@kampenhout.be
webdesign: highgate57
Bestand:
pagina laatst bijgewerkt op: 22-12-2017