|
Vroegere wetgeving
Wanneer vroeger een levenloos kindje geboren werd, maakte de ambtenaar van de burgerlijke stand een "akte van aangifte van een levenloos kind" op, waarop enkel volgende gegevens kwamen : het tijdstip en de plaats van bevalling, het geslacht van het kind en de identiteit van de ouders en de aangevers.
Wetswijziging
Op 27 april 1999 is een wet gestemd, waardoor de ambtenaar voortaan ook de voornaam van het kindje mag vermelden. Deze wet is in werking getreden op 4 juli 1999, en geeft de ouders dus de vrije keuze om hun doodgeboren kindje al dan niet officieel een voornaam te geven.
Bovendien kunnen ouders van wie een kind levenloos geboren werd vóór 4 juli 1999, de ambtenaar van de burgerlijke stand verzoeken om de voorna(a)m(en) van het kindje in te schrijven in de rand van de akte. Zij hebben hiervoor tijd tot 4 juli 2000.
|